Laon en Lille: de fast-road door Noord-Frankrijk
Vakantie in Frankrijk, Vakantie in Noordwest-Frankrijk
Soms eindigt een reis niet waar het verhaal stopt. Soms blijft er iets achter. Een kleine afslag die je niet hebt genomen. Een stad op een heuvel die je alleen maar op de kaart hebt aangeraakt. Dit reisverhaal begint eigenlijk in Amiens. Daar was ik met een goede vriend van mij. We maakten een trip langs mooie plaatsen in Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Langs kathedralen, belforts en mooie stadjes. Gent, Doornik, Arras, Amiens. Na Amiens zouden we doorrijden naar Laon. Dat was het plan. Nog één kathedraal. Nog één halte op die rustige weg door het noorden. Maar ergens onderweg, tussen Amiens en Laon, een zachte zwabber in het stuur, een band die ons voorbij rolt en ineens werd de reis kleiner. Een thuisbrengertje onder de auto, de horizon ingekort tot de kortste route naar huis. Laon bleef achter als een belofte.
De weg die bleef liggen
Het is vreemd hoe zulke gemiste plekken blijven hangen. Niet als gemis, maar als iets dat nog moet gebeuren. Alsof de reis zichzelf nog niet helemaal had uitgesproken.
Jaren later staan we, als cadeau voor mijn verjaardag van een bepaalde, belangrijke leeftijd 😉, alsnog onderaan die heuvel. Waarboven de kathedraal van Laon zich opheft.
Dezelfde vriend naast me, maar de kring is groter geworden. Mijn partner, zijn vriendin, een ander bevriend stel. Dezelfde soort lichtheid als toen, maar anders van kleur.
Laon
Laon ligt daar zoals ik me had voorgesteld, maar toch anders.
Een kalkstenen tafel die boven het landschap uittorent, los van de wereld eromheen. De weg omhoog slingert in haarspelden, alsof je langzaam wordt losgemaakt van het vlakke land beneden.
Boven aangekomen verandert alles: de tijd vertraagt, de stenen worden ouder, de lucht lijkt lichter.
Rue Châtelaine
De stad zelf voelt als iets dat zich heeft teruggetrokken op die hoogte. Geen grootse drukte, maar straten die zich laten bewandelen.
In de Rue Châtelaine hangen smeedijzeren uithangborden boven kleine winkels, alsof ze verhalen vasthouden uit een tijd waarin namen nog in metaal werden geschreven.
Loan: een korte historie
Laon is geen stad die toevallig op een heuvel is beland. Al in de vroege middeleeuwen was dit een strategische plek: hoog, verdedigbaar, zichtbaar van ver. In de 9e en 10e eeuw groeide het uit tot een belangrijk religieus en politiek centrum.
Franse koningen verbleven hier, bisschoppen hadden er macht. De stad ontwikkelde zich als een soort bastion boven het omliggende land.
Morrelen
We komen laat aan bij de kathedraal, rond vijf uur, wanneer de dag al begint te kantelen. Het licht is zachter, warmer. Er is net een bui geweest. En westgevel met de torens vangt bijna weer zonlicht op.
De kathedraal lijkt dicht. We morrelen aarzelend aan de deuren. Die gelukkig open gaan.
De Notre-Dame de Laon: een kleine geschiedenis
De kathedraal, Notre-Dame de Laon, werd gebouwd in de tweede helft van de 12e eeuw. Daarmee behoort ze tot de vroege gotiek. Een periode waarin men nog zoekende was naar hoe hoog, hoe licht en hoe ruim een kerk eigenlijk kon zijn.
Waar latere kathedralen, zoals Amiens, de grenzen opzoeken en bijna overschrijden, voel je in Laon nog de aarzeling van het begin.
Compact en ingetogen
Dat zie je bijvoorbeeld in de breedte. Amiens spreidt zich uit, durft ruimte te claimen. Laon blijft compacter, bijna ingetogen.
De constructie draagt nog meer gewicht, de muren zijn nadrukkelijk aanwezig. En toch is daar al het verlangen naar licht, naar hoogte, naar iets dat de aarde wil ontstijgen.
Het koor
Bijzonder is ook het koor: een rechthoek, waar latere kathedralen vaak kiezen voor een ronde, vloeiende afsluiting.
Het geeft de ruimte iets standvastigs, iets bijna aards. Alsof de architect nog één voet stevig op de grond wilde houden.
Nog een keer
We lopen er lang rond. Nog een keer rondom dat koor. Met dat prachtige roosvenster daarachter. In blauw en rood.
Deze kathedraal heeft iets intiems. De ruimte is niet alleen indrukwekkend, maar ook leesbaar.
Je ziet de overgang van romaans naar gotisch, de zoektocht naar licht zonder de zekerheid dat het zal lukken. Het is een kathedraal die niet alleen staat, maar ook vertelt.
Kapelletjes
De zijbeuken van de kathedraal zijn allemaal opgevuld met kleine kapelletjes. Van voor tot achter. Allemaal door houten schermen afgescheiden.
De één is prachtig vorm gegeven met beelden en licht. De ander ligt vol met troep. Heerlijk aards.
Het is fijn om in dit gebouw rond te lopen. Zelden geeft een kathedraal zo’n fijne sfeer als hier.
Buiten
En dan zijn er de torens. Laon heeft er meerdere,en sommige dragen stenen ossen die uitkijken over het landschap.
Volgens een oude overlevering verwijzen ze naar de dieren die hielpen bij de bouw. Een klein, bijna ontroerend detail in een verder groots geheel.
Torens
En ook hier was het geld op enig moment op.
Het was de bedoeling dat de viering omringt zou worden door vier torens. Daar zijn er maar twee van af.
Daarom staan ze ook niet precies evenwijdig aan de transept (middelpunt tussen koor en schip) van de kathedraal.
Hotel
Ons hotel ligt vlakbij. De kamers kijken uit op de kathedraal, die nu vurig oplicht in de avondzon.
Het is zo’n uitzicht dat je niet probeert vast te leggen, omdat je weet dat het niet lukt.
Uit eten in Laon
’s Avonds eten we om de hoek, in de Rue Châtelaine. De straat is inmiddels stiller geworden. We praten, lachen, bestellen nog iets. De tijd rekt zich uit, zoals dat gaat als je met de juiste mensen aan tafel zit.
Tot iemand voorzichtig komt zeggen dat we echt de laatsten zijn. Het is tien uur geweest. Dan heeft ze al diverse gasten de deur gewezen. Ze is immers de patron. En bepaalt wanneer het restaurant sluit. O ja, we zijn in Frankrijk…
Pastis
We verplaatsen ons nog naar een bar, alsof de avond nog niet klaar is met ons. Pastis op tafel, glazen die langzaam leger worden. Ook daar hetzelfde ritueel: uiteindelijk zijn we weer de laatsten. Het licht gaat bijna uit om ons heen.
Er zit iets moois in dat soort avonden. Niet groots, niet bijzonder in de klassieke zin, maar precies goed. Alsof alles op zijn plek valt zonder dat je daar moeite voor hoeft te doen.
Lille
De volgende ochtend worden we wakker in het zachte licht van een nieuwe dag. De kathedraal ligt er weer, nu helder en bijna lichtgevend in de zon. Alsof hij zichzelf opnieuw heeft uitgevonden.
Beneden wacht het ontbijt. In het restaurant van het hotel worden we ontvangen met een vorm van vriendelijkheid die typisch Frans is. Beleefd en met duidelijke grenzen. Koffie? Ja. Cappuccino? Non. Alleen koffie of thee. Of we kaas of ham willen?
Het lijkt alsof we moeten kiezen, niet combineren. We glimlachen erom. Dit hoort er ook bij. Couleur locale, in zijn meest pure vorm.
A26-A1
De korste route naar Nederland gaat via Lille. En dat lijkt ons een mooie tussenstop voor dit mooie weekend. We nemen de fast road naar Lille. Gewoon via de Autoroute des Anglais (A26) en de voor Nederlanders overbekende A1.
Want wie kent Lille niet? Het heeft daar voor mij ook altijd gelegen als een belofte. Foto’s van een grote belfort. Een groot plein. Mooie gebouwen. Bijzondere architectuur. Laten we ook deze belofte maar inlossen!
Korte historie van Lille
Lille voelt vandaag Frans, maar heeft in de loop van de eeuwen meerdere keren van identiteit gewisseld. Juist dat maakt de stad zo gelaagd.
Ooit begint het als een bescheiden nederzetting op een eilandje in de Deûle — l’île, waar de naam Lille vandaan komt.
In de middeleeuwen groeit het uit tot een welvarende handelsstad in het graafschap Vlaanderen. Laken en textiel brengen rijkdom. En die Vlaamse invloed is nog altijd zichtbaar in de bakstenen gevels en de levendige pleinen.
Daarna schuift de stad langzaam tussen grootmachten heen en weer. Bourgondiërs, Spanjaarden. Lille hoort lange tijd bij de Zuidelijke Nederlanden. Pas in de 17e eeuw, onder Lodewijk XIV, wordt de stad definitief Frans.
De Zonnekoning laat zijn stempel achter in de vorm van de citadel, ontworpen door Vauban. Ach, daar hebben we hem weer. In Frankijk is Vauban aan de randen van de oude landsgrenzen van Frankrijk niet te missen. Meestal bouwde hij streng, geometrisch. Bedoeld om te controleren wat ooit zo beweeglijk was.
In de 19e eeuw verandert Lille opnieuw van gezicht. De industriële revolutie maakt de stad tot een centrum van textielindustrie. Fabrieken, arbeiderswijken, spoorlijnen. De stad wordt groter, ruwer ook. Maar onder die laag blijft het oude stratenpatroon bestaan, alsof de geschiedenis zich niet helemaal laat wegdrukken.
Misschien is dat wat Lille af en toe interessant maakt om doorheen te lopen: het is geen stad met één verhaal, maar met meerdere stemmen tegelijk. Vlaams en Frans, rijk en industrieel, ingetogen en levendig. Alsof elke straat een andere tijd fluistert en je nooit precies weet waar je nu eigenlijk bent. Behalve onderweg.
Palais des Beaux-Arts
We parkeren onder het Place de la République. Zodra we bovenkomen, staan we oog in oog met het Palais des Beaux-Arts. Een gebouw dat zich niet inhoudt. Groot, statig, bijna overdadig. Alsof het wil laten zien wat Lille ooit was. En misschien nog steeds wil zijn.
Binnen hangen Rubens en Monet, maar daar komen we vandaag niet aan toe. Dit is zo’n plek die tijd vraagt. En aandacht. Iets wat we vandaag maar beperkt bij ons hebben.
Grand Place
We lopen verder, via de Rue de Béthune richting de Grand Place. Het stuk ertussen voelt anders. Minder verfijnd, minder samenhangend. Alsof de stad hier even haar adem verliest.
Maar dan opent het zich.
De Grand Place is precies wat je verwacht. En toch ook weer niet. Groot, levendig, omringd door gevels die zichzelf willen laten zien.
Vieille Bourse
Aan één zijde staat de Vieille Bourse, een Vlaams-rennaissance gebouw dat bijna overloopt van detail.
Zoveel ornamenten dat het de grens van het maniërisme raakt. Dat in Toscane ook zoveel adepten heeft. Speels, uitbundig, een tikje over de top.
En toch klopt het.
De binnenplaats, bereikbaar via meerdere doorgangen, doet denken aan een Italiaans palazzo. Niet zo vreemd misschien, als je bedenkt dat Lille al vroeg verbonden was met de Italiaanse stadstaten. Waaronder Lucca en Florence. Handel laat sporen na, ook in steen.
Er wordt nu ook volop gehandeld op het binnenplein, want het is een drukke markt met boeken, platen en aanverwante artikelen. Een erg gezellig geheel!
Belfort van het Palais de la Bourse
We lopen erdoorheen, laten het achter ons, en stuiten op één van de twee belforten van de stad.
Dit is die van de Kamer van Koophandel. Slanker, eleganter misschien dan zijn middeleeuwse tegenhangers in Brugge en Gent. Maar ook jonger. Een kind van de Belle Époque, toen Lille opnieuw opbloeide dankzij de industrie.
Niet ver daarvandaan staat het operagebouw. Neo-classicistisch, statig, bijna Parijs in het klein. Het heeft iets vertrouwds, alsof je het al eerder hebt gezien — en dat klopt ook. De lijnen, de verhoudingen, ze echoën gebouwen in Parijs en Bordeaux. Architectuur die niet alleen een stad wil vormen, maar ook een indruk wil achterlaten.
Wanneer we verder kijken, opent zich een brede as richting station Lille-Flandres. Een boulevard die doet denken aan de typische Grands Boulevards uit de 19e eeuw. Zoals de Meir in Antwerpen.
Rechts daarvan ligt de Église Saint-Maurice, een gotische hallenkerk die verrassend vertrouwd aanvoelt. Meer Noord-Europees, bijna Hollands, dan Frans. Bijna alsof hij zich per ongeluk hier heeft genesteld.
Beperkt
Verderop liggen nog het stadhuis, zijn belfort en de Porte de Paris. Resten van een stad die ooit ommuurd was en zich nu heeft geopend.
Maar onze tijd is beperkt. We zoeken een plek voor lunch, vinden een restaurant in de buurt en ploffen neer. Het gesprek kabbelt lekker, zoals het dat doet na een paar dagen samen onderweg zijn. Er zit geen haast meer in, maar wel het besef dat het einde nadert.
Laon en Lille
Daarna stappen we weer in de auto. Dit keer echt richting huis.
En terwijl de kilometers zich aaneenrijgen, blijft Lille een beetje hangen. Niet als teleurstelling, maar als iets dat zich niet helemaal heeft laten kennen.
Een stad van grote gebaren. Van uitroeptekens in steen. Van pleinen die zich openen en gebouwen die gezien willen worden. Alles klopt, alles is indrukwekkend — en toch blijft er iets op afstand.
Misschien omdat grootsheid niet automatisch warmte brengt. Misschien omdat sommige steden je niet meteen binnenlaten.
Laon was een belofte die zich langzaam ontvouwde. Lille is een belofte die nog even blijft staan.
Praktische informatie over Laon en Lille
Hieronder vind je een interactieve kaart van de bestemmingen uit deze blog.
Voor wat betreft Lillie is het vrij makkelijk, wanneer je de tijd hebt, om de Église Saint-Maurice, het stadhuis en de Porte de Paris mee te pakken in een rondje, waarin je vervolgens terugloopt naar het Palais des Beaux-Arts. Je kunt dan aan het begin of het einde dat museum bezoeken! Dat rondje geef ik ook aan op onderstaande interactieve kaart.
Laon en Lille zijn verder dus heel goed te combineren met Amiens en Arras, waarover ik in de eerder genoemde blog meer vertel!
Loan en Lille: Laon!
De kathedraal heeft ook buiten het seizoen ruime openingstijden. Hij is open van 9:00 tot 19:00.
Laon en Lille: Lille!
Via de link vind je meer informatie over het Palais des Beaux-Arts.
Uit eten in Laon
Wij hebben lekker gegeten bij Le Passage au Verre.
Uit eten in Lille
Lunchen kan erg lekker bij We are Ara. Het is wat gehorig, maar het eten was erg lekker.
Overnachten in Laon en Noord-Frankijk
Het is geen tophotel, maar het Logis de Parvis ligt gewoon te perfect bij de kathedraal om niet te nemen. De kamers zijn ook prima. Niet supergezellig, maar gewoon goed. De bedden waren ook verrassend goed voor Franse begrippen.
Reserveer dus wel met uitzicht op kathedraal!
Nog meer informatie over Laon en Lille
Via de handige links hieronder vind je nog meer informatie over Laon en Lille!
Handige links
Meer informatie over Laon vind je via deze link:
Hier vind je meer informatie over Lille:
Reacties